blanco

Melodieën & Muzikanten

de populaire muziek & haar deuntjes uitgelicht – melodie.moonpub.net

de vooroorlogse “Parade der Zinnsoldaten”







De gewoonte die tijdens het optreden van Lincke al veld had gewonnen, de lancering van het populaire lied vanuit het theater, zou onder de heerschappij van Jean Gilbert, tot een traditie uitgroeien.


Terwijl voordien ‘the man in the Street’ van gezellige wijsjes werd voorzien door de volkszanger, zou vanaf Gilberts glorierijke periode de Schlager regelrecht vanaf de operette-Bühne tot het publiek doordringen.

Jean Gilbert sloeg zich op de borst toen zijn ‘Püppchen, du bist mein Augenstern’ uit de operette ‘Püppchen’ zowel in Helsinki als op de Indianenbeurs in Guatemala werd gezongen. Niet minder bekend werden de hoofdnummers uit Autoliebchen en Die keusche Susanna. De titels van Gilberts successen als ‘Fraulein, könn’n Sie linksrum tanzen’, wijzen er op dat Gilbert de typische Schlagertoon van voor de eerste wereldoorlog precies had getroffen.

Walter Kollo, aanvankelijk café-pianist, was in diezelfde tijd de vertegenwoordiger van de Berlijnse Singspiel Operette. Hij schreef onder andere Filmzauber en Wie einst im Mai. Het succes was van voorbijgaande aard. Gebleven is het, jaren later door Hans Albers gebrachte liedje, ‘Ich hab eine kleine Philosophie’.

Léon Jessel, een zwakke navolger van Oskar Straus, stond een tijdlang in de belangstelling door zijn Schwarzwaldmadel. De wals hieruit ‘Erklingen zum Tanze die Geigen’ was een bruikbaar stuk voor de café-kapellen. Zijn grootste triomf haalde hij echter in 1911 met een karakterstukje waaraan de kapelmeesters uit het Wilhelmische tijdperk heel wat plezier beleefden: de reeds genoemde ‘Parade der Zinnsoldaten’.

Evenals ten tijde van ‘Die Musik kommt’ amuseerde het publiek zich kostelijk met de parade in miniatuur. De Parade klonk uit mechanische speeldozen, van de wasrollen op de fonograaf en uit de draaiorgels. Het was een van de eerste stukken waarvan in de cafés een soort shownummer werd gemaakt. Wanneer er dan kolbakken en speelgoedtrommeltjes aan te pas kwamen, kende de vreugde geen grenzen. Dat bleef zo tol 1914. Toen was de aardigheid er wel af en de Parade werd voorlopig opgeborgen.




Click to listen highlighted text!