blanco

melodie.moonpub.net

de populaire muziek & haar deuntjes uitgelicht

Goedkope muziek voor een koopje





Maar als de songwriters van Tin Pan Alley muzikaal gezien wat ‘achterlijk’ waren, dan hadden ze toch ook andere kwaliteiten. Ze noemden zich ‘dienaren van het volk‘ en zeiden dat ze hun oor op straat te luisteren legden. Daarna verkochten ze natuurlijk wat ze gehoord hadden in de vorm van een liedje en met winst. Zwart, blank, geel, ragtime, jazz, blues—alles was koren op hun molen.


Micky Addy, die lang in het vak heeft gezeten, herinnert zich een songwriter die hele avonden koffie zat te drinken in Newyorkse restaurants.

Hij ging gewoon bij een stel kerels zitten, en iedere keer als een van hen een geestige opmerking maakte schreef hij die op in zijn notitieboekje om als titel te gebruiken. Hij moet wel zo’n zeventig, tachtig titels bij de hand hebben gehad. En als iemand een liedje nodig had, stond hij klaar met een titel.

Het idee om kant-en-klare liedjes te schrijven voor de grote massa was echter niet uit Amerika afkomstig. Het kwam uit Europa. Straatzangers hadden altijd een aardig centje verdiend met liederen over moorden, rampen en treurige liefdesgeschiedenissen— in Londen, Parijs en Berlijn—en bekende muziekuitgeverijen hadden aardig geboerd met vereenvoudigde versies van opera’s. Als de Amerikanen in de negentiende eeuw Franse kastelen steen na steen konden importeren, dan konden ze toch net zo goed Europese musici met al hun vaardigheden laten overkomen?

De eerste pogingen waren vrijblijvend — één harpist vond de Amerikanen buitengewoon vulgair, en zei dat hardop. Waarna hij strandde in Montana, zonder enig verder contract, en met twee pijlen in zijn instrument.

Toegegeven, de muziekuitgevers maakten af en toe een hit. De plantageliederen van Stephen Foster werden buitengewoon goed verkocht. Maar die waren bijna bij toeval tot stand gekomen. De uitgevers waren een slaperig stelletje en ze hadden veel te veel noten op hun zang. Ze hadden overal van alles liggen — net als in een bazar—maar wisten niet precies waar. Als ze een hit als ‘Camptown Races‘ of ‘The Old Folks at Home‘ in de winkels hadden, wisten ze niet wat ze ermee aan moesten. Foster raakte er zelfs door in verlegenheid. Hij was diep getroffen door een aanval op zijn muziek in Dwight’s Journal of Music, waarin zijn deuntjes werden uitgemaakt voor ‘oppervlakkig geneurie en gefluit zonder enig muzikaal gevoel.

De meeste songwriters waren echter niet zo gelukkig als Foster. Ze vormden een kleurrijk stelletje dat liedjes verkocht aan de meest biedende — meestal voor een paar dollar. Als ze mislukten, raakten ze aan de drank. Het waren bohémiens die zich door niemand de wet lieten voorschrijven. James Thornton viel bijvoorbeeld herhaaldelijk beschonken van het toneel. In zijn alcoholische dromen zag hij mensen met krabbepoten. Toch kon diezelfde man een lied schrijven als ‘My Sweetheart ‘s the Man in the Moon‘. Hij stierf volkomen berooid.

Dan had je Charles Graham. Hij stierf in 1899 in het Bellevueziekenhuis, verslaafd aan de drank. Toch schreef hij liedjes als ‘Two Little Girls in Blue‘. Hart Danks blies de laatste adem uit in een goedkoop hotelletje in New York en •liet een briefje achter met de woorden: ‘Het valt niet mee om alleen te sterven.’ Toch schreef hij zorgeloze, schitterende liedjes als ‘Silver Threads Among the Gold‘ —zilveren draden tussen ‘t goud. Foster zelf kwam aan zijn eind in de misdadigerswijk van New York, de Bowery. Hij viel over een waskom, dronken. Iemand bracht hem naar het ziekenhuis, waar hij stierf. Iemand anders vond een manuscript in zijn zak. Het was de tekst van ‘Beautiful Dreamer‘.

De alomtegenwoordige Chas. K. Harris was echter vastbesloten dat een dergelijk lot hem niet beschoren zou worden. Na het succes van zijn  ‘After The Ball‘ ging hij naar New York en opende daar een zaak. Hij maakte kennis met een stel handige zakenlui, een soort dat toen reeds onder de uitgevers van populaire muziek voorkwam.

Het was een heel ander type dan Harris gewend was. Ze vonden het helemaal niet erg als er af en toe een minder grammaticale uitdrukking in een tekst werd gebruikt. Harris was stomverbaasd. Maar net als zij begreep hij één belangrijk ding maar al te goed: de Amerikaanse industriële revolutie had gezorgd voor het ontstaan van ‘de massa’ — al die miljoenen mensen die van de boerderijen en de plantages naar de steden waren gestroomd op zoek naar werk.

Deze nieuwe stedelingen zochten kant-en-klaar vermaak. Een deuntje voor elke stemming, als het ware om het vuil van het dagelijks bestaan af te wassen. Overal schoten de music halls, de variété-theaters, de kroegen en café’s met zingende kelners en pianisten als paddestoelen uit de grond. En allemaal wilden ze goedkope muziek voor een koopje. De nieuwe uitgevers van populaire muziek zorgden er wel voor dat die kwam. Maar de grote vraag bleef: wie moest de melodietjes maken?

Weer was het Europa dat het antwoord verstrekte. Het was niet de eerste keer dat de armen van Europa Amerika rijk maakten. Tussen 1880 en 1910 waren er twintig miljoen immigranten binnengekomen. Het accent vierde hoogtij. De Amerikanen zelf waren bang voor deze vreemdelingen, die ‘gevaarlijke en corrupte horden‘.

Het waren de verslagenen, de door de góden verworpenen. De Amerikanen stelden zich in het bijzonder hard op tegen de joden, die ze weinig beter behandelden dan de negers. Omdat het bankwezen en andere gevestigde bedrijfstakken niet toegankelijk voor hen waren, vielen deze nieuwe immigranten het amusementswezen binnen: films, theater en populaire muziek. Ze waren moedig en brutaal en pasten zich bijzonder goed aan. Ze gaven Amerika zijn songs — beter gezegd: ze verkochten ze.




Click to listen highlighted text!