Shakespeare: Voor Geen Gat Te Vangen


SHAKESPEARE is als het leven. Er zijn net zoveel manieren om zijn werk tot je te nemen als dat er mensen zijn. En geweest: al zo’n 400 jaar vind elke generatie toch altijd weer iets van zijn of haar gading in zijn toneelstukken, zijn speeches, zijn gedichten.

Er zijn zoveel filosofieeen te ontdekken in zijn stukken dat men juist vanwege die veelheid aan verschillende standpunten en opvattingen wel eens gezegd heeft dat hij eigenlijk geen enkele filosofie voorstaat. De rechter zal de wereld bezien als de rechter, de musicus ziet – en hoort – alles als muziek, de katholiek, de protestant, de moslim, ze hebben allemaal zo hun eigen ‘wereldje” die hen allemaal enigszins met verschillende ogen naar de wereld laat kijken. En toch vinden ze allemaal altijd iets van hun gading bij Shakespeare. Hij is voor geen gat te vangen lijkt het of wellicht gewoon allesomvattend en de meest universele schrijver die ooit geleefd heeft.

Maar waarom Shakespeare? Er zijn andere schrijvende grootheden geweest die misschien dieper gegaan zijn of meer te vertellen hadden, origineler waren of het duidelijker uitgelegd hebben en toch is het altijd toch alleen maar Shakespeare die de prijzen wint. De enige competitie die zijn werk lijkt te hebben zowel voor wat betreft de inhoud als de wereldwijde verkoop en impact, zijn de heilige geschriften van de twee grootste religies, de Bijbel en de Koran en voor velen zal dan zelfs de keuze niet zo moeilijk zijn: Shakespeare. Zijn portfolio is als de bijbel van het echte leven, zonder de geboden, rijker en mooier in taalgebruik en veel meer begaan met wat de mens is, kan zijn, behoort te doen of waar ‘t m allemaal aan scheelt.

De lotgevallen van zijn karakters staan minstens op 1 lijn met die van de religieuze aartsvaders met als verschil natuurlijk dat de Shakespeare personages fictief zijn. Maar wie aan Hamlet denkt, zal best eens moeten toegeven dat de man die met doodshoofden praat net zo tot de verbeelding kan spreken als een ooit eens werkelijk bestaand historisch figuur. Vraag het een 12-jarige maar die nog niet in de engelse literatuur is onderwezen… Kortom: naast het mysterie rondom zijn persoon (was hij werkelijk degene die wij, na honderden jaren van mythe-vorming, hem denken geweest te zijn?) is er ook het mysterie waarom nu juist zijn werken vele generaties lang overeind kunnen blijven staan. En waarschijnlijk zullen ze dat blijven doen: tot in den eeuwigheid…

Shakespeare’s werk werd geschreven in de tijd van de “nieuwe filosofieën”. Het bijgeloof en blind vertrouwen op God van de late Middeleeuwen en het daarop volgende nieuwe elan van de Renaissance maakte gaandeweg plaats voor de meer wetenschappelijke inzichten van de moderne tijd. Copernicus, Galileo en anderen hadden voor een revolutie in het denken gezorgd en hun ideeën waren bezig Europa te veranderen. In Engeland gebeurde dat wat later en trager dan in de culturele hoofdsteden van het Continent maar niettemin lijkt het toch waarschijnlijk dat ook Shakespeare op de hoogte moet zijn geweest van deze nieuwe inzichten en er in zijn werk melding van gemaakt moet hebben.

Althans, dat wordt zo aangenomen. Anderen echter menen dat hij vermoedelijke helemaal niet zo geïnteresseerd was in deze nieuwe filosofieën en de geboorte van de moderne wetenschap; als er al in zijn toneelstukken verwijzingen zijn naar zoiets dan zijn die veelal afgeleid van de klassieke Griekse vertellingen.

Zijn blik op de wereld was nog steeds grotendeels op de geschiedenis achter hem en niet op de toekomst vooruit. Het laatste is misschien wel aannemelijker. Er wordt niet altijd aangegeven dat veel van Shakespeare’s werk afgeleid is van bestaande werken van voor zijn tijd. Zijn bewerkingen waren soms schaamteloos en zouden tegenwoordig als “jatwerk” beschouwd worden.

Heel veel is minstens “geïnspireerd op”, “naar voorbeeld van” of – als de bewerking een zo goed als nieuw en origineel werk opleverde – nog steeds ‘t soort van creatie dat eigenlijk een “met dank aan” behoort te hebben, om de oorspronkelijke rechthebbende auteurs van de werken tegemoet te komen.

Maar het kopijrecht was nog niet uitgevonden toendertijd en dus zijn het nu 400 jaar later allemaal oorspronkelijke Shakespeare’s stukken. Daarbij moet wel gezegd worden dat veel van wat hij bewerkte of ter inspiratie nam vele malen beter werd: zowel bij een toneelstuk bedoeld voor het vermaak als voor een literair geschrift dat van alle tijden is, de pen van Shakespeare schreef het met inkt van goud naar de hoogste top van de engelse literatuur.

Tevens is waarschijnlijk een feit dat hij er flink op los kon fantaseren en het niet altijd zo nauw nam met het waarheidsgetrouw opschrijven van zijn koningsstukken. Met dit voor ogen als een eigenaardigheid van zijn auteurschap zou je mogen verwachten dat ook zijn andere verwijzingen naar eventuele nieuwe inzichten en moderne wetenschap misschien niet al te serieus moet worden genomen. Shakespeare was in de eerste plaats een voortreffelijke dichter en schrijver van toneelstukken voor het uitgaanspubliek van 17e eeuwse Londen en natuurlijk een grootheid met het taalgebruik (zijn vernieuwingen en creatieve vondsten trok de engelse taal uit de klei en maakte het klaar voor de wereldtaal van nu).

Maar zoeken naar verborgen verwijzingen in zijn werken die kunnen bewijzen dat hij heel mystiek bezig was de nieuwe tijd te promoten is wellicht wat teveel gevraagd. Wel lijkt iedereen akkoord te gaan met het idee dat de Bard een grote rol heeft gespeeld in de verbreiding van het humanisme; Shakespeare was niet de uitvinder ervan maar al zijn toneelstukken en gedichten zijn als spiegels voor het innerlijk van de mens.

Veel meer als denkers en schrijvers voor hem dat gedaan hadden, richtte Shakespeare zijn aandacht naar binnen toe, om tot de ziel te komen en niet om God te vinden – zoals dat altijd de gewoonte was geweest in de eeuwen voordat het humanisme opgang begon te maken. Hij is ook een van de eerste in het schrijven van dramastukken die van zijn personages complete en geloofwaardige karakters maakte, complexe individuen met dezelfde gedachten en gevoelens als echte mensen. En – met het bewijs van meer dan 400 jaar succes voor zijn karakters aan zijn kant – ook nog steeds hierin ongeëvenaard zo niet de allergrootste voor altijd, tot in den eeuwigheid, amen…

Shakespeare’s werk is in de loop van de eeuwen inderdaad uitgegroeid als een soort van heilig geschrift. Zijn verzameld werk is wel eens het Canon van de Westerse wereld genoemd: wij spreken de taal die hij vervolmaakt heeft, zijn vertellingen en personages zijn onze mythologieën en wie een psycholoog wenst te raadplegen vind vermoedelijk meer over zijn ziel verklaard bij Shakespeare dan bij Freud op de bank. Oftewel: Shakespeare heeft ons “menselijk” gemaakt.

Ik ben ze niet gaan tellen maar het werk van Shakespeare heeft vele scènes en dialogen waar naar sterrenhemel verwezen wordt maar dat maakt hem natuurlijk nog geen astroloog. Ik kan mij ook niet echt voorstellen hoe hij eventueel bij weer een schitterend idee voor een dialoog eerst toch maar even naar de dichtstbijzijnde bibliotheek is gelopen om even na te gaan of het allemaal wel klopte wat hij zat op te schrijven. Een literair auteur’s eerste opdracht is de mooie zinnen te schrijven en het waarheidsgetrouwe is dan wel mooi meegenomen maar niet noodzakelijk.

Allereerst waren er natuurlijk nog geen openbare bibliotheken in zijn tijd en naar wat van de persoon Shakespeare bekend is lijkt hij mij ook niet echt het heerschap te zijn geweest die er zelf een boekenverzameling op na hield ter referentie. Waarschijnlijker is dat hij na voltooiing van weer een scene of bedrijf de herberg opzocht; de Londense scene van toneelschrijvers, acteurs en dichters rond 1600 was naast bekend ook heel berucht en ook Shakespeare zal niet de braafste zijn geweest.

Aangaande de sterrenhemel en hoe hij dat allemaal geweten kon hebben, bedenk het volgende: er was nog geen verlichting anders dan wat kaarsen en lampen. Wat betekent dat zo goed als iedereen heel vertrouwd was met de sterrenhemel ‘s nachts. Daarnaast zal hij ook informatie zijn tegengekomen in de werken die hij las voor inspiratie bij zijn eigen creaties. Als er toch iets mysterieus te ontdekken valt aan 1 van zo’n verwijzing naar planeten en zonnestelsels dan kwam die informatie vermoedelijk uit griekse of latijnse geschriften. Shakespeare had dan wel geen uitvoerige universitaire opleiding genoten maar helemaal ongeschoold was hij nu ook weer niet. Hij kende het Latijns en zal daar ongetwijfeld gebruik van hebben gemaakt.

Kortom, je hoeft niet bij elke speech of orakelachtige tekst in versvorm daar onmiddellijk iets raadselachtig’s achter te gaan zoeken; Shakespeare wist precies met de scherpe geest die hij bezat waar hij de mosterd kon vinden en zijn meesterschap met de taal deed de rest.

Het theater voor Shakespeare’s stukken, de Globe, moet – zo menen sommigen – wel zo gebouwd en ingericht zijn geweest om met behulp van daglicht, schemering en avond effecten op het toneel te creëren. Het is heel goed mogelijk dat sommige scènes zijn geschreven met het tijdstip van uitvoering in gedachten. Wat sommige verwijzingen wel heel platvloers kunnen maken: misschien was het simpelweg vanwege een lichtval van buitenaf op het toneel of in het theater waarop gewezen werd. Vandaag de dag zal ook niet iedereen meteen een Hollywood film gaan ontleden en onderzoeken hoe accuraat de scriptschrijvers te werk zijn gegaan. Het zal niet anders geweest zijn in Shakespeare’s tijd.

Dat neemt niet weg dat de nieuwe filosofieën en opkomende, moderne inzichten niet als borrelpraat over tafel zullen zijn gegaan bij de regelmatige bijeenkomsten van het Londense artiestenclubje in de herberg om de hoek. En zoals dat gaat met dat soort van creatieve lieden bij elkaar en de volle beker met spraakwater paraat: weer nieuwe ideeën voor een volgende scene of gedicht bij het zwabberen terug naar huis…





Click to listen highlighted text!