Geschiedenis Muziek

ontdekkingsreisje door de klassieke muziekgeschiedenis met informatie, videos,, flipboekjes & heel veel Spotify muziek

Blog

Henricus Isaac (1450 – 1517)

VAN TOPHIT TOT EVERGREEN

Als Hendrik in het Vlaamse Brabant geboren, als Heinrich in het Duitsland van keizer Maximiliaan I beroemd geworden, het liefst als Arrigo Tedescho in Italië (bij voorkeur Florence) werkzaam geweest, mag hij de meest cosmopolitische en veelzijdigste com­ponist van de 3e generatie ‘Nederlanders’ genoemd worden.

Rond 50 motetten, 38 complete missen, plus minus 60 instrumentale werken (w.o. slechts één orgelstuk), een onge­teld aantal Franse, Italiaanse, Latijnse en Duitse koorliederen en ruim 400 drie- tot zes- doch meest vierstemmige zettingen der belangrijkste Proprium missaedelen moet hij op zijn minst heb­ben geschreven. De laatstgenoemde werden niet helemaal vol­tooid, door zijn lievelingsleerling Ludwig Senfl (1492-1555) afge­rond en tussen 1550 en 1555 als Choralis Constantinus in druk gepubliceerd, omdat het kunstzinnige en rijke domkapittel van Konstanz er de opdrachtgever van was geweest (1508).[teaserbreak]

Van de tijdgenoot van Jacob Obrecht (1450-/505) en Josquin des Préz (1450), die zich in een manuscript van een collega als ’Heinricus Isaac Belga Brabantius’ vermeld zag en zichzelf in het pas laat in de 19e eeuw ontdekte derde Florentijnse testament ’filius Ugonis de Flandria’ (zoon van Hugo van Vlaanderen) noemde, is geen enkel portret ooit gevonden, maar zijn wel be­richten van derden bekend die spreken van een bescheiden, vriendelijk, vlijtig man, wie elke vorm van hebzucht vreemd was.

Leertijd en leraren zijn in het duister van de historie achtergeble­ven, van leerlingen werden slechts enkele met name overgeleverd. De knapste van hen, Senfl, dichtte dit na de dood van zijn men­tor: ’Er ist in aller Welt bekanndt, lieblich an kunst, frölich im Thon, Sein Melodey/was gstellt gar frey, darob man sich ver- wundem thett. Er war gut ding, / zu singen ring, kunstlich darzu die gnad es hett. – Izac das was der name sein, halt wol, es wird vergessen nit, wie er sein Compositz so fein und clar hat gsetzt, darzu auch mit Mensur hat gziert, / dadurch probiert; noch heut- tigs tags sein lob und kunst vorhanden ist; / Herr Jhesu christ, tail Ihm dort mit göttlichen gunst.’

Isaac heeft zijn talenten verdeeld over het hof der Medici in Flo­rence en het Duitse keizershof, afwisselend te Innsbruck, Wenen, Augsburg en Konstanz. Lorenzo ’Il Magnifico’ (de prachtlieven- de) vertrouwde hem in 1480 de muzikale opvoeding van zijn kinderen toe (onder wie de latere paus Leo X), Maximiliaan I engageerde hem in 1496 (nadat twee jaren tevoren de Medici tijdelijk uit Florence verdreven werden) als ’hofcomponist’, waar­door hij naast de grote organist Hofhaymer (1459-1537) mede- bouwer werd aan de hofkapel en -kantorij en daarna louter voor regelmatige aflevering van composities te zorgen had.

Uit een brief van november 1496 van de keizer die toen in Pisa verbleef, blijkt, dat deze het deel van de kapel dat nog in Augsburg was naar Wenen dirigeerde en ook ’dazue den Ysaac und sein Hausfrau gen Wien verordnet, daselbst furder unsers Bevelchs zu erwarten’, bovendien gelastte dat ’dem Ysaac und seiner Haus- frauen 6 Schilling’ (per week) ’aus dem Huebhaus zu Wien’ uit­gekeerd moest worden. Die ’Hausfrau’ was de Florentijnse sla- gersdochter Bartolomea Bello met wie de componist in het begin van zijn Italiaanse tijd een zeer gelukkig geworden huwelijk had gesloten.

Toen in 1512 de Medici in hun eigen residentie waren terugge­keerd verzocht Isaac zijn keizer hem als buitengewoon gezant naar Florence af te vaardigen en zo werd hij de eerste aller muzi­kale diplomaten. Maar drie jaar later riep Maximiliaan hem weer naar Wenen, doch zonder succes: hij voelde zich ziek en zag tegen de lange reis op, verklaarde hij en bleef waar hij was, onder de Florentijnse zon. Kort voordat Luther de stoot tot de Hervorming gaf, werd hij begraven in de kerk van S, Maria dei Servi, zoals van tevoren door hemzelf was bepaald.

Een schoonklinkende vermenging van de kunst van een Ockeghem (1420-1495), de Italiaanse ’frottole’ en het typisch Duitse volks- en kunstlied wist deze Zuid-Nederlander tot stand te bren­gen, met het gevolg dat hij lange tijd door drie volken om de beurt werd opgeëist; het nadrukkelijkst door de Duitsers vanwege zijn waarlijk fraai en tegelijk ’volkstümlich’ meerstemmig gezette (ook wel in missen verwerkte) liedlein en gesenge, waarvan er vele in I6e eeuwse verzamelingen zijn teruggevonden.

Zelfs bij het grote publiek werd hij al bij zijn leven beroemder dan alle andere componisten door één rake gooi, de ‘Schlager’ of hit of hoe men het noemen wil: Inssbruck ich musz dich lassen – wellicht werkelijk bij een afscheid van de Tiroler hoofdstad gemaakt. Enige tijd later verscheen onder dit rondweg populaire lied de hervormde tekst: O Welt, ich muss dich lassen en nog weer later werd het om zo te zeggen als een evergreen gemeengoed met de wooorden: Nun ruhen alle Walder! En daarbij verzonk tegelijk al het vele, belangrijke overige werk van dezelfde auteur in het niet – welke gang van zaken zich nog vaak herhalen zou in de muziekhistorie.

Geschiedenis Muziek, Site by Moonpub NET, The Netherlands © 2021 Frontier Theme
Click to listen highlighted text!